Presentatie en Productie Theater aan het Spui

Naast het presenteren van het landelijk aanbod was het actief ontwikkelen van een Haags aanbod middels producties en coproducties een belangrijke taak . Zoals het door de Gemeente in de Winternota van 1995 werd geformuleerd: Het tot stand brengen en of begeleiden van Toneelproducties. Reinders bleek een goede neus te hebben voor mensen met ideeën. Na de opening bleek er onvoldoende budget voor de exploitatie, laat staan voor de productiefunctie. De tekortkomingen op de exploitatie gingen direct ten koste van de productiefunctie waarvoor nauwelijks geld beschikbaar bleef. Spanning tussen de subsidiegever en het nieuwe theater was onvermijdelijk, omdat de Gemeenteraad een budget- neutrale vernieuwing was gesuggereerd voor het opheffen van HOT en Nieuwe Komedie, hetgeen natuurlijk onmogelijk was. De Gemeente heeft de productiefunctie niet structureel ondersteund om de zogenaamde vlieghoogte van het Theater aan het Spui te verbeteren.

productie

Overleg over productiesubsidie, minister Hedy d’Ancona en wethouder Louise Engering (rechts Hillie Kuipers), foto Hendriksen

TahSpui ambieerde met nadruk om ook een productieplek te zijn, een niet-onlogische gedachte in het vervolg op de succesvolle Gebeuren producties. Confrontatie van afspraken, verwachtingen en belangen volgt. In mei 2000 stelt de adviescommissie “De hoge verwachtingen bij de start zijn, als men terug kijkt op de afgelopen periode, niet geheel waargemaakt”. Omdat de commissie de redenen niet kan aangeven vervolgt men met “Het (theater) zou een kans moeten krijgen om met voldoende financiële toerusting een productiefunctie te vervullen” en stelt een productiesubsidie van 770.000 per jaar voor. In eerste instantie voor twee jaar. Maar de Gemeente neemt het advies niet over, de productiesubsidie wordt niet gehonoreerd: Het Theater aan het Spui verliest zijn kennelijk ongelijke strijd.

Naast de bijzondere Theatercircuit programmering en de grote festivals bleef TahSpui toch met de vaak schaarse middelen die ter beschikking stonden doorlopend een theater van eigen theaterproducties en kleinschalige dansevenementen, waar jonge makers een kans kregen. Johan Doesburg, Guusje Eybers, Annette Speelt, Greg Nottrot, Annechien Koerselman, Reier Pos kregen steun en konden onder de vleugels van TahSpui produceren. Ola Mafaalani wordt gecontracteerd voor 4 jaar ”Artist in residence” bij TahSpui, het contract van 2001 heeft helaas geen lang leven. Voor het opzetten van productiekernen rond deze makers kwam in de Reinders periode geen structurele steun, wel voor Annette Speelt in 2004. Desondanks is TahSpui mede bepalend voor het culturele gezicht van Den Haag en daarmee een belangrijke factor voor het culturele klimaat van Den Haag.