Politiek en het nieuwe theater?

De belangrijkste opdracht aan de Stichting Interim was een plan te ontwikkelen voor een nieuw theater, met, tenminste, een “middenzaal” (350 tot 500 bezoekers) en een kleine zaal (100 tot 250 bezoekers). Er lag een door de Haagse Comedie (zakelijk leider Hans van Westreenen) ontwikkeld plan om zo’n complex te bouwen achter de Koninklijke Schouwburg, die zelf ook aan restauratie toe was. Daar was –ook binnen de Stichting Interim- geen onvoorwaardelijke steun voor: men vreesde dat daardoor alle financiële middelen in feite ter beschikking van de Koninklijke Schouwburg en Haagse Comedie zouden komen en er onvoldoende ruimte zou zijn voor onafhankelijker visies op het meer avantgardistische theaterveld.

politiek in het nieuwe theater

Krankheit, regie Kim Zeegers

Deze verschillende visies werden ook in de Gemeenteraad van Den Haag duidelijk uitgedragen: de plannen voor nieuwbouw achter de Schouwburg konden rekenen op een kleine meerderheid (23-22 stemmen) in de Raad, de toenmalige VVD-CDA-coalitie. De oppositie had niet veel op met het als nogal behoudend beoordeelde kunstbeleid van de Koninklijke Schouwburg en de Haagse Comedie. Door de nood gedwongen -want de zeer beperkte beschikbare cultuurgelden voor de Stichting Interim lieten geen ruimte voor enig alternatief plan- werd ingestemd met de uitgewerkte plannen voor de aanbouw achter de Koninklijke Schouwburg. John Reinders zou dan, als adjunct directeur van de Koninklijke Schouwburg, verantwoordelijk worden voor de productie en presentatie van voor de midden- en kleine zaal geschikte theatervoorstellingen. Voordat het definitieve plan door de Gemeenteraad was behandeld vonden er Gemeenteraadsverkiezingen plaats: de meerderheid van de coalitie verdween en werd vervangen door een “linkse” meerderheid (23-22 stemmen!) die een coalitie tot stand bracht. Een nieuwe lente, een nieuw geluid voor alle plannen en vooral voor die van de sector cultuur.